aratricolor2

Een in 1983 uitgestorven Australische kikkersoort is weer tot leven gebracht. Dat meldden onderzoekers onder leiding van de University of New South Wales op een speciale TEDx bijeenkomst in Washington over uitgestorven dieren. Het gaat om de bijzondere kikkersoort Rheobatrachus sillus, waarvan het vrouwtje haar eitjes doorslikte, zodat de baby’s in haar maag groeiden en weer uit haar mond geboren werden. Hoewel de uitgestorven kikker nog niet letterlijk uit de dood is opgestaan, wisten de onderzoekers embryo’s drie dagen te laten groeien. Daarna stierven ze weer. De cellen bevatten het DNA van de Rheobatrachus sillus, bleek uit genetische testen.

Om de amfibieën weer tot leven te wekken, werd dezelfde kloontechniek gebruikt als bij het beroemde schaap Dolly in 1997, de eerste kloon van een volwassen dier. Het verschil met Dolly is dat de onderzoekers het DNA van een niet levend dier gebruikten, maar van een Rheobatrachus sillus die al veertig jaar in de diepvries lag. Dat genetisch materiaal stopten ze in de eicellen van een gerelateerde kikkersoort, de Mixophyes fasciolatus, die ze eerst leeg hadden gehaald. Dat de bijzondere kikkersoort op een dag weer rondhuppelt, beschouwen de onderzoekers als een feit.

De onderzoekers zijn ook van plan om andere uitgestorven dieren weer tot leven te wekken, zoals de Tasmaanse tijger. Andere kandidaten om uit de dood op te wekken, die ook tijdens de TEDx bijeenkomst werden genoemd, waren de mammoet, de dodo, de Cubaanse ara en de moa uit Nieuw-Zeeland. De details van het onderzoek naar de Rheobatrachus sillus worden binnenkort gepubliceerd.


aratricolorDe Cubaanse ara ofwel Ara tricolor

De Cubaanse ara, die zo’n 50 centimeter lang was en een opvallend rood verenkleed had, leefde op Cuba en Hispaniola, alhoewel gesuggereerd is dat de soort vroeger ook op Jamaica voorkwam. In ieder geval is bekend dat in 1765 ook op Jamaica een rode ara is geschoten. Maar aangezien dit exemplaar verloren is gegaan, is het niet zeker dat het om dezelfde soort gaat als de ara van Cuba. Sommige wetenschappers denken dat de populatie van Hispaniola verschilde van die van Cuba. De vogels zouden een kleinere snavel gehad hebben en de naakte delen van het gezicht zouden iets anders gekleurd zijn. Met name dat laatste is echter niet goed als onderscheid aan te merken. De kleur van de wangen kan namelijk veranderen als een vogel agressief wordt of seksueel opgewonden raakt. De vogels gaan dan ‘blozen’. Daarom wordt de Cubaanse ara ook wel de ‘blozende ara’ genoemd.

 

De laatst bekende Cubaanse ara werd in 1864 geschoten in La Vega in de omgeving van het Zapata moeras. Waarschijnlijk overleefde de soort nog enige decennia, voordat hij ‘definitief’ van de aardbodem verdween. Deze Cubaanse ara werd niet alleen fanatiek door dierenhandelaren gezocht, maar ook door de lokale bevolking die de papegaaien at. Met name dat laatste werd de soort fataal.

Slechts negentien exemplaren van de Cubaanse ara zijn bewaard gebleven. Ook Naturalis heeft een exemplaar in haar collecite. De exacte herkomst van dit exemplaar in de collectie van Naturalis is niet bekend. Het label vermeldt slechts als herkomst ‘Cuba’. Kennlijk is dit voldoende DNA om de Cubaanse ara weer tot leven te brengen!

Twee ingezonden foto’s van Jan van Dijk (zie reacties):

tricolor1

tricolor2