gevolgen van DNA onderzoek

De afgelopen week viel mijn oog op een publicatie op een bekende nieuwssite. Groot nieuws! Het DNA materiaal van verschillende olifantachtigen was in kaart gebracht en de resultaten waren verrassend… Het genetische verschil tussen de Afrikaanse bosolifant en de Afrikaanse savanneolifant is even groot als het verschil tussen bijvoorbeeld een Aziatische olifant en een wolharige mammoet. Met andere woorden, er bestaat geen Afrikaanse olifant… Het zijn twee compleet verschillende soorten (en misschien wel drie). We moeten acuut nieuwe latijnse namen gaan bedenken, die voldoende verschil aangeven tussen deze soorten. Een beetje jammer dat dit nieuws nu pas in 2010 opduikt; aangezien het ergens in 2001 ook al gepubliceerd werd. Maar goed, een kniesoor die daar op let. Zou dit met ara’s ook mogelijk  zijn? En hoe groot zijn de verschillen tussen het DNA van een groenvleugel en een geelvleugel?

Olifanten

Tot voor kort werd dus het volgende over olifanten aangenomen: er zijn twee soorten olifanten, de Aziatische en de Afrikaanse olifant. De Afrikaanse olifant heeft drie ondersoorten: de Bosolifant, de Savanneolifant en de Woestijnolifant. De Aziatische olifant is verdeeld in vier ondersoorten: de Sumatraanse olifant, de Srilankaanse olifant, de Zuidoost-Aziatische olifant en de Indische olifant. Al eerder hadden wetenschappers gesuggereerd dat de Afrikaanse bosolifant en de Afrikaanse savanneolifant verschillende soorten zijn. Dat was onder meer gebaseerd op de lichaamsbouw. De savanneolifant is gemiddeld een meter hoger dan de bosolifant en ongeveer twee keer zo zwaar. Andere biologen brachten daartegenin dat het ging om twee verschillende populaties van dezelfde diersoort. Het DNA bewijs is echter niet te weerleggen…

Ook bij andere diersoorten verwachten wetenschappers dat er sprake is van andere soorten in plaats van ondersoorten. Zo komt de witte neushoorn zowel in zuidelijk als in centraal Afrika voor. Ooit zag men de dieren als verschillende populaties, nu gaan er stemmen op dat het om verschillende diersoorten gaat, net als bij de Afrikaanse olifant.

Nevelpanters

Ook bij nevelpanters is DNA onderzoek verricht. Nevelpanters zijn katachtigen van ongeveer één meter groot. Ze hebben een grijsbruine vacht met opvallende, onregelmatig gevormde vlekken met een donkere rand. Nevelpanters hebben relatief de langste hoektanden van alle levende katachtigen, met 5 cm ongeveer even lang als die van een tijger. Tot voor kort dacht men dat er sprake was van vier verschillende ondersoorten. Alle vier ondersoorten hebben een verschillend leefgebied: Nepal/Birma, Zuid-China, Taiwan (inmiddels uitgestoren) en Sumatra/Borneo in Indonesië. De vier ondersoorten hebben een latijnse naam met drie woorden, waarbij het derde woord het verschil aangeeft.

Wetenschappers hebben het dna van de Borneose panter onderzocht en kwamen tot de conclusie dat de ‘gewone’ nevelpanter en de Borneose nevelpanter ruim een miljoen jaar geleden genetisch hebben afgeslplitst. Zo vonden ze 40 verschillen tussen de nevelpanter en de Borneose nevelpanter. Dit betekent dat de Borneose nevelpanter echt een andere katachtige is dan de Neofelis Nebulosa (de ‘gewone’ nevelpanter). Ga maar na, er zijn 56 verschillen tussen de leeuw en het luipaard en deze twee katachtigen verschillen aanzienlijk van elkaar. Een leuke aanverwante conclusie is overigens dat de Indonesische eilanden zich kennelijk een miljoen jaar geleden van het Aziatische vaste land hebben afgesplitst…

Ara’s

Natuurlijk hebben wij niet zo’n kijk op olifanten of nevelpanter, maar meer op ara’s. Wat we natuurlijk direct zien is dat dee parallellen er aan alle kanten van af druipen! Ook bij een aantal ara soorten is er sprake van ondersoorten, die vooral op basis van verspreidingsgebied benoemd zijn. Kijk bijvoorbeeld eens naar de Ara Mexicana. Daar zijn drie ondersoorten van bekend. De Ara Militaris Militaris vindt je in een aantal landen: Ecuador, Venezuela, Colombia en Peru. De grotere Ara Militaris Mexicana komt uit Mexico. De kleinste ondersoort de Ara Militaris Boliviana uit Argentinië en (weinig verrassend) Bolivia. Naast de grootte zijn er kleine uiterlijke verschillen, maar ook verschillen in gedrag zoals bijvoorbeeld de broedperiode. Dat is januari tot maart voor de Militaris, april tot juli voor de Mexicana en november tot december voor de Boliviana. Alle kans dat als er een DNA onderzoek uitgevoerd wordt, we tot de conclusie komen dat de verschillen tussen de Militaris en de Boliviana net zo groot zijn als de verschillen tussen de Hyacinth en de Lear’s. Dus misschien gaan we in de komende jaren nog concluderen dat er een aantal meer soorten bestaan, in plaats van ondersoorten.

Ook bij de Ara Macao of geelvleugel ara bestaan er drie ondersoorten en is het verhaal hetzelfde. Bij de Ara Chloroptera of groenvleugel ara is het verhaal iets anders. Formeel zijn er geen ondersoorten bekend, maar er zijn wel degelijk opvallende verschillen in populaties in verschillende leefgebieden… En deze vlieger gaat eigenlijk op voor zowat iedere ara soort.

Een meedenkende lezer zal dan vragen wat dat alles verandert. Wellicht dat het gevolgen heeft voor de manier waarop wij met kweken omgaan. Dat we wat meer ons best gaan doen om twee authentieke soorten bij elkaar te zetten. En niet een Boliviana met een Mexicana… Maar dan hebben we natuurlijk wel een referentie database van het DNA materiaal nodig… Er is zeker nog veel te doen op dit gebied!

Wellicht dat we Udo Jürgens even om raad moeten vragen… die weet inmiddels alles over DNA!

$

By | 2013-12-25T16:11:55+00:00 december 23rd, 2010|uitgestorven|0 Comments

About the Author:

Jan van Arkel is aviculturist op het gebied van de grotere ara soorten. Naast het kweken besteedt Jan veel tijd aan de educatie en training, onder andere via de website van Eén-01.nl en lezingen.

Leave A Comment

error: